Column: Carnaval

Op de één of andere manier is met carnaval alles leuk waar we de rest van het jaar over zeiken. Ga maar na; hoempapamuziek. Vinden we leuk. Een zatlap die in je oor staat te blèren? Toch gezellig? In de vrieskou úren langs de weg de optocht kijken, in een minirok met netkousen. Tis maar efkes. Zet ’n pruik op je kop en je wordt automatisch relaxed. Gevoelige vraag in elke relatie; ‘schat lijk ik hier dik in?’ Nou, met carnaval lijken we nérgens dik in! Zelfs niet in een onflatteus pornopakje van roodkapje met een véél te kort rokje. We gaan dik tevreden de deur uit want het is tenslotte carnaval.

Zo ook het fenomeen ‘hossen’. Theoretisch gezien een discutabele groepsactiviteit. Sta je net een beetje te acclimatiseren in je bananenpak, word je door een vage bekende weggesleurd van het enige statafeltje dat nog vrij was, om in een slinger achter andere mensen aan te lopen die keihard zingen dat ze hem ‘liever schuin erin willen dan recht er neffe’ (dat is echt een liedje). Geen weldenkend mens zou dit op een ander moment van het jaar accepteren, laat staan eraan méédoen.

Vorig jaar gaf carnaval ons de ballen om een heus promotieteam te vormen. Werken in de Kempen kreeg een nieuw logo en we hadden nog dozen bierviltjes en buttons over die de kliko in moesten. Zonde. Lindy, Lieke en ik verkleedden ons ermee en het ‘Werken in de Kempen promotieteam’ was geboren. Na wat opwarm-baco’s startte onze kroegentocht in het Pleintje in Hapert waar ik na tien minuten werd uitgelachen door een vader van school die de zwarte veren van mijn boa die tegen mijn oksel aanplakten, aanzag voor okselhaar. Normaal zou ik zijn neus omdraaien, nu lachte ik als een boer met kiespijn mee en bestelde wanhopig nog een baco. Of twee.

Tegen de tijd dat we in den Tref aankwamen, was ik doordrongen van mijn missie en speldde al mijn buttons op gesprekspartners en mannen met een dikke buik. (Je wilt toch exposure.) Onderweg trof ik een aantal goede klanten van Werken in de Kempen die ik enthousiast overtuigde van het nut van promotie. Waarvoor excuses. Ook voor het praten met consumptie trouwens. Volgend keer gééf ik wel consumpties. Kort daarna werd ik naar de garderobe gedirigeerd en tien minuten later parkeerde ik mijn fiets met volle vaart in de buxushaag van de Van Gerwenstraat. Op elke andere dag van het jaar zou ik me te pletter schamen. Gelúkkig was het carnaval.