Column: Netflix

Wij zijn strontverwend en ik vind dat we daar best ‘s wat vaker bij stil mogen staan. Om onze kinderen bewust te maken van ons luxe leven, betrap ik me er regelmatig op dat de meest uitgekauwde cliché’s mijn mond uitverlaten. Zinnen als ‘wat zitten we hier toch mooi’ dienen om ze enige dankbaarheid bij te brengen. Zelfs de nummer 1 onder de dooddoeners schuw ik niet; ‘Wa hebben wut toch goed’. (GAT.VER. DAMME. Haal die vrouw weg met haar kleffe onliners en haar zoetsappige blik.)

Afgelopen week had ik na 10 keer roepen eindelijk de kinderen aan tafel om weer een maaltijd te serveren die zijn weerga niet kent. Ondanks het feit dat het niet meevalt om aardappels, groenten en vlees gelijktijdig warm te hebben - en gaar-, was de soep aardig gelukt. Zodra ik de pannen op tafel zet, zakken de schouders al naar beneden en beginnen ze te zuchten. ‘Dat lusten we niet’.

What the f*ck? Die ondankbare smurfen hebben nog niet eens gezíen wat er in de pannen zit. Een caloriearm, verantwoord recept van Smulweb, vers gehaald van de markt, waar ik verdomme de hele middag op heb staan zweten. ‘Jongens, ik ben er hélemaal klaar mee. Jullie gaan het, hoe dan ook, proeven. Gisteren kon ik al alles weggooien, vandaag gaan we dat niet doen! En daarbij het is ook niet leuk voor mij hoor. Wat zouden jullie ervan vinden als ik zou zeggen dat jullie tekeningen stom zijn en dat ik ze niet hoef? Nou?’

Die laatste kwam binnen. Dat is inderdaad niet leuk om te zeggen. Nu ik hun aandacht heb, bestijg ik mijn preekstoel en gooi ik het er allemaal uit. ‘En weet je wel hoe goed jullie ’t hier hebben? Er zijn ook kindjes in de wereld die helemaal geen eten hebben? Weet je wel hoe erg dat is? Of die geen papa of mama meer hebben, nog veel erger. En dan zitten jullie te zeuren over het eten.

Ja is allemaal kei erg, vinden de kinderen. ‘Weet je wat nog erger is’ zegt de jongste sensatiebelust; ‘als een panter in je hoofd bijt.’ Ja, beaamt haar broer geschokt, daar moet je niet aan denken. De kleine doet er nog een schepje bovenop. ‘Weet je wat nóg erger is’, zegt ze; ‘Kindjes die geen Netflix hebben!’ De kinderen knikken verontwaardigd. Dat wens je echt niemand toe. In dat opzicht hebben we het maar goed.