Column: Voetbal

Waar ik me enorm aan erger zijn mensen die hard roepen over zaken waar ze geen verstand van hebben. Super irritant. Een tenenkrommend verschijnsel dat voorkomt bij mensen met een gebrek aan zelfreflectie en daardoor een behoorlijke plaat voor hun kop. Ze hebben zelf niet in de gaten dat ze zich te kakken zetten, en hun kinderen erbij. Vreselijk, die schreeuwende leeghoofden. Dit gezegd hebbende, moet ik bekennen: ik doe het ook. Maar, ik wéét het van mezelf en ik werk eraan.

Bij mij komt dit gebrek tot uiting langs de lijn van het voetbalveld. Zodra de elfjarige zoontjes hun voetbalschoenen hebben gestrikt, staan alle papa’s en de mama’s op scherp. En ik ook. Met als enige verschil dat ik dus geen snars van voetbal snap. Wat ik wél weet, is dat we de wedstrijd moeten winnen. Niet gehinderd door enige voetbalkennis geef ik me dan volledig over aan de strijdlust in het spel. En daar gaat het dan zeg maar mis.

De keren dat ik kom kijken op zaterdagochtend ben ik al vaak aan de late kant waardoor ik gehaast langs de velden dribbel, om na een kwartier fanatiek aanmoedigen tot de conclusie te komen dat die rossige jongen toch niet onze zoon is en ik bij de verkeerde wedstrijd sta. Met een hand schuin voor mijn gezicht, druip ik onopvallend af op zoek naar het goede veld.

Zodra ik dat gevonden heb, begint de zelfkastijding weer van voor af aan. Ik neem me plechtig voor mijn mond te houden en me net als andere moeders bescheiden op te stellen. Na 10 minuten neemt mijn fanatisme het weer over en zet ik me weer ongewild voor schut. Ik denk zelf dat het een aanverwante aandoening is van Gilles de la Tourette. In gedachte zeg ik: zwijg, beheers je! waarop ik prompt voetbaltermen over het veld schreeuw waarvan ik eigenlijk niet weet wat ze betekenen. ‘Buitenspel!’ is er een voorbeeld van en de blikken van andere ouders zeggen me dat het weer niet klopt. Waarop ik direct besluit me te beperkten tot ‘hup, rennen’ en ‘ga door’ en weer keurig in het gareel ga staan.

Hoe hard de club ook schreeuwt om trainers, ik geloof niet dat ze mij ooit zullen vragen deze nobele taak op me te nemen. Wat beter is voor iedereen en soms moet je gewoon besluiten dat ‘elk nadeel z’n voordeel heb.’