Column: Ome Frans

Ome Frans is op zijn werk ondersteboven gereden en nu is zijn voet eraf. Een ongeluk, in elke zin van het woord. Hij had een botsing met een heftruck, sleepte een stukje mee, schreeuwde moord en brand, met bloedspoed naar ’t ziekenhuis. Wachten, hopen, bidden. Niet te redden, voet eraf. Tot 17 cm onder de knie. Slikken, tranen drogen en héél voorzichtig weer opstaan. Met krukken en een stevige arm om op te leunen.

Ome Frans is een van de liefste mensen die ik ken. Dat is ook de reden dat hij niet alleen is als ik hem opzoek in het ziekenhuis. Tante Annie en tante Margriet zijn er, en Bep en Kees. Andere bezorgde vrienden en familie gingen me voor. Met als trouwste fans tante Jeanine en de jongens, die de hele dag op en neer rijden tussen Tilburg en Valkenswaard want oma ligt ineens op sterven. Dat kon er nog wel bij.

Alle reden voor lood in de schoenen terwijl ik de ziekenhuisspeurtocht doe naar zijn kamer. Waar ik een hoopje ellende verwacht, onder een wolk van depressie en verdriet, tref ik nuchtere ome Frans in een rolstoel. Ik geef een zoen en krijg een knuffel terug. Hij is zijn onderbeen kwijt maar hij is opgeruimd en blij. Blij dat we er zijn. Blij dat dat híj er nog is.

Hij is niet kwaad op de collega met de heftruck, hij is niet somber, gefrustreerd of depressief. Hij heeft geen zelfmedelijden en hij is niet bang voor wat gaat komen. Hij is dankbaar voor wat er is. ‘Ik weet ook niet hoe ’t kan dat ik zo positief ben. Normaal ben ik nooit zônnun held. Maar ik goi ervur. Ik heb ’n schon huishouwe, een goei familie en vrienden. Als ze m’n kop of buik hadden geraakt, was het heel anders geweest. Hij is blij dat ie weer kan werken straks, ook met z’n nieuwe been. ‘De baas zorgt dat het goed komt. Misschien kan ik weer op de vrachtwagen maar in de werkplaats vind ik ôk goed.’

Een dikke maand later zit ik aan zijn bed in de woonkamer. Hij barst van de fantoompijn, wat bizar en logisch is tegelijk. Want hebben we allemaal geen pijn van dingen die we missen? Hij heeft die ochtend voor het eerst gelopen bij de revalidatie. Zelf, met een kunstbeen. ‘Iedereen klapte’ zegt tante Jeanine trots. En terecht. Ome Frans is een held en in gedachte klap ik ook.